In tegenstelling tot hetgeen velen denken stelt het Bouwbesluit in het geheel geen eisen aan het afschot van daken. Verwarring hierover is ontstaan doordat in de norm NEN 6702 ‘Belastingen en vervormingen’ dat in oppervlakken die water moeten afvoeren zodanig afschot moet zijn aangebracht, dat ook bij de doorbuiging in de eindtoestand vanuit elk punt water wordt afgevoerd naar de aanwezige afvoerpunten. Dit is om te voorkomen dat waterplassen op platte daken e.d. achterblijven. Een afschot van ten minste 1,6% tezamen met de genoemde doorbuigingseis is voldoende om in geval van bijvoorbeeld sneeuwbelasting, plasvorming door smeltwater te vermijden. Bij daken samengesteld uit liggers, gordingen en platen moet met de doorbuiging van de samenstellende delen rekening zijn gehouden waardoor een groter afschot nodig kan zijn.

Velen denken dat de norm 6702 in het Bouwbesluit volledig van kracht is verklaard. Dit is niet het geval. Het Bouwbesluit verwijst uitsluitend voor de sterkte van de bouwconstructie naar de norm NEN 6702. In de norm wordt gesproken over ‘uiterste belastingscombinaties’. Windbelasting is een belastingscombinatie die in de NEN 6702 voorkomt, dus windbelasting is een Bouwbesluit item. Afschot daarentegen is geen belastingcombinatie en dus geen Bouwbesluit-item. Wateraccumulatie, door bijvoorbeeld gebrek aan afschot, is wel een belastingcombinatie en dus een Bouwbesluit-item.

De in de norm opgenomen tekst inzake het afschot is bedoeld om calamiteiten door overbelasting van de draagconstructie door wateraccumulatie te voorkomen; hij is niet bedoeld uit oogpunt van levensduur van de dakbedekking. Onvoldoende afschot veroorzaakt plasvorming op de dakbedekking. Deze plasvorming kan nadelig zijn voor de levensduur van de dakbedekking. In welke mate de levensduur eventueel nadelig wordt beïnvloed is afhankelijk van veel factoren, waaronder vervuiling die in de plassen achterblijft. Algemene regels ten aanzien van de mate waarin plasvorming acceptabel is zijn niet te geven, behalve dan dat goed afschot de levensduur niet nadelig beïnvloedt. 

Soms wordt ook gesproken over zogenaamde toelaatbare plasvorming op daken. Men accepteert dan een hoeveelheid water op het dak (direct na regen) van maximaal 5% van het dakoppervlak, mits deze hoeveelheid is verdeeld over meerdere plassen. De diepte van de plassen mag daarbij maximaal 5mm zijn.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat iedere instantie vrij is zijn eigen regels te hanteren. 

Als hoge esthetische eisen aan de dakbedekking worden gesteld is plasvorming meestal bezwaarlijk vanwege een afwijkend uiterlijk en soms kleur dat ontstaat door vervuiling. Pas in die gevallen een geballaste dakafwerking of meer afschot toe.